De gekruisigde De gekruisigde

En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt,
kruisigden zij Hem daar en ook de misdadigers,
de ene aan zijn rechterzijde en de andere aan zijn linkerzijde.

“De Gekruisigde”


Groene kerkje
Langs de A 44 zie je het “Groene kerkje” van Oegstgeest. Ooit was het echt groen helemaal met klimop begroeid. Nu is het prachtig gerestaureerd. Bij de zijingang ligt mijn broer begraven. Ik moest aan dat kerkje denken toen iemand mij een verhaal vertelde. Het ging over een oude Engelse kerk die ook was begroeid met een klimopplant. Boven de kerkdeur stond gegraveerd: Wij prediken Christus, de Gekruisigde. Na verloop van tijd groeide de woekerplant voort en een gedeelte werd onzichtbaar. Toen kon je nog lezen Wij prediken Christus. Kennelijk nam niemand de moeite om de plant weg te snoeien en hij groeide voort. Tenslotte bleef alleen de tekst: Wij prediken nog over.

wat raakt overwoekerd
De vertelling is eenvoudig, maar ook helder. Het geeft aan hoe langzaam maar zeker de boodschap, de kern van de verkondiging kan verschuiven. dat kan zo langzaam gaan, dat mensen het zelf niet in de gaten hebben. Denk maar aan al die tantes die vroeger  riepen: “Wat ben je enorm gegroeid!” Zelf vond ik dat onzin, doordat ik dagelijks mijzelf in de spiegel had gezien en niet zo groeide en al helemaal niet enorm. Toch hadden die tantes voor hun beleving domweg gelijk.
Van: Wij prediken Christus, de Gekruisigde naar: Wij prediken Christus tot: Wij prediken. Om met dat laatste te beginnen. Dan is haast alles overwoekerd; waardoor? Als wij alleen nog maar prediken, dan is de Christus daar kennelijk uit verdwenen en waar zouden we als kerk, als geestelijke gemeenschap het dan nog over kunnen hebben? Dan blijft er, vrees ik alleen nog maar een algemeen gevoel van medemenselijkheid over. Dat is op zich wel waardevol, maar het is zo algemeen, dat het tegelijk eigenlijk niets zegt. We komen dan niet verder dan ons eigen beleven, onze eigen duidingen en interpretaties van de werkelijk, zoals wij denken dat die goed is. Wij. We komen niet verder dan het ‘wij’. Wijzelf zijn dan de maatstaf geworden. De boodschap van de Gemeente van Christus is overwoekerd en uit beeld. De gemeente van Christus is een belijdende gemeenschap, die bescheiden, maar tegelijk vasthoudend en volhardend stem wil geven aan het belijden.

als de Gekruisigde is overwoekerd
Wij prediken Christus. Dat is al een enorme verandering. Wij verkondigen Christus. Toch kan dat ook nog vaag zijn. Wij verkondigen zijn leer en leven. Ik denk dat ook buiten de kerk Jezus Christus als een respectabele figuur telt, dat weet ik eigenlijk wel zeker, als leraar wordt Hij dikwijls met instemming geciteerd. Ook de Hindoe Gandhi had in die zin nog respect voor Jezus Christus. Zo bezien zouden wij dan het liefste net als Jezus Christus willen worden ‘die ’t ons heeft voorgedaan’. Als we Christus verkondigen in deze wereld, zal dat moeilijk zijn. Mensen zullen daar een opdracht in horen, een opdracht om de naaste lief te hebben als jezelf en die opdracht is alles behalve eenvoudig. Toch zou die verkondiging nog wel met instemming kunnen worden ontvangen. Het zou gehoord kunnen worden als een uitdaging, die weliswaar moeilijk is, maar toch de moeite waard. Zelfs buitenkerkelijken zouden daar geen aanstoot aan nemen.

Christus de Gekruisigde prediken
Moeilijk, zo niet onmogelijk wordt het pas als wij zouden zeggen: Wij prediken Christus, de Gekruisigde. Dan gaat het immers  niet alleen om Jezus leer; . Als we de Gekruisigde Here Jezus Christus verkondigen doelen we daarmee op de verlossing, de redding door zijn sterven – aan het kruishout – voor ons. Niet alleen voor ons persoonlijk, maar ook voor de gemeenschap in Hem. Dat is zo specifiek, zo direct, dat daar aarzelingen en weerstand komen. Niet alleen bij verfante tegenstanders, maar ook aarzelingen bij onszelf. We willen graag spreken over Gods nabijheid, die willen we ook graag ervaren en aan kunnen wijzen in ons dagelijks leven, maar de Gekruisigde verkondigen is lastiger in de praktijk. De apostel Paulus benadrukt de kruisiging op verschillende momenten in de brieven. Hij zegt bijvoorbeeld: Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd. En weer op een andere plaats: Ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus.
Dan is de kruisiging van Jezus Christus de kern van de verkondiging. Als we daarmee dus een verlegenheid voelen in ons geloofsleven, ervaren we dus een verlegenheid met de kern van het geloof. Dan staan we er blijkbaar zelf dubbelzinnig in. Dat is dan kennelijk onze positie ten opzichte van Jezus Christus.

Schedel
De Schrift toont de kruisiging. De plaats wordt schedel genoemd. Nu is er een oude legende die zegt dat juist daar op Golgotha het graf van Adam zich zou bevinden. Christus is dan gekruisigd op het graf van Adam, de eerste mens. In de orthodoxe iconografie kun je dat terugzien; vaak staat er onder aan het kruis van Christus een schedel afgebeeld. Die schedel verwijst naar Adam. Het is natuurlijk een legende en we moeten er niet teveel waarde aan hechten. Toch kan juist die legende van het graf van Adam ons een verdieping in de verkondiging van de Gekruisigde Christus geven.
We horen hoe Jezus gekruisigd wordt tussen twee misdadigers. De Evangelisten verwijzen daarbij naar Jesaja 53, waar we over de Knecht des Heren horen hoe Hij  tot de misdadigers werd gerekend. Voor ons! In zijn positie tussen de misdadigers zien we onze eigen positie ten opzichte van de Here God en ten opzichte van onze medemens. Met hen identificeert de Here Jezus zich. Hij vermengt zich tot gemeenschap met mensen die kwaad doen. We horen hoe de Here Jezus daar wordt gekruisigd letterlijk tussen hen in, de ene aan de rechter, de andere aan de linkerzijde. Doordat Jezus Christus in het midden aan het kruishout hangt is er sprake van een rechter- en een linkerzijde. Door Jezus Christus is er een onderscheid mogelijk. Jezus Christus deelt niet alleen de positie met de misdadigers, met mensen die blijkbaar niet los staan van het kwaad dat zij deden en doen, maar Hij brengt daar ook een onderscheid in aan. Hij deelt je leven in, er is een rechter- en een linkerzijde. Wat is links en wat is rechts? Hij is daarin de door God gegeven maat. Dan horen we hoe de mensen – wie zijn dat – zijn klederen verdelen door daar het lot over te werpen.

de vraag van Adam
Hoe delen we ons leven in? Wat is daarin goed en wat is daarin kwaad? Hoe onderscheiden we dat? Hoe verdelen we dat? Voor we daar verder op doorgaan, willen we horen hoe de omstanders reageren. Het volk staat te kijken. In dat toezien klinkt iets afwachtend en beschouwelijks door. Het kijken heeft te maken met het ons bekende woord theorie. Je weet iets van goed en kwaad, er zijn altijd twee kanten aan een zaak.  Dan horen we de oversten, de soldaten en tenslotte de beide misdadigers. De oversten zeggen: Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu Zichzelf redden, indien Hij de Christus Gods is, de uitverkorene! De soldaten: Indien Gij de Koning der Joden zijt, red dan Uzelf! Eén van de misdadigers zegt: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons! Als we dat kort achterelkaar horen, beluisteren we daar een drievoudige oproep namelijk: Redt Uzelf! Kom ik weer even terug op die legende, dat nu juist op Golgotha Adam begraven zou zijn. Is dat ‘redt uzelf’ niet tekenend voor Adam, voor die eerste mens? Wilde hij niet juist goed en kwaad kennen? Dat was toch ook de reden waarom hij zich verborg voor de Here God? Redt uzelf! Het is een leus, waar wij als moderne mensen ons leven in herkennen. We moeten onszelf zien te redden. Je merkt ook dat het in de maatschappij ook steeds scherper komt te liggen. Ieder moet vooral de eigen bonen zien te doppen. Sociale structuren staan onder druk. Redt uzelf. De Amerikaanse theoloog Tim Keller legt uit dat wij steeds meer last krijgen van ons ego. Hij merkt daarbij op dat als we steeds meer last krijgen van ons ego er iets mee aan de hand is. Hij vergelijkt het met voeten en tenen. Van je voeten en tenen merk je tijdens het wandelen niets, als je er geen last van hebt. Wanneer je wel last hebt van je voeten of van je tenen, dan merk je het pas. Zo ook met je ego. Als de druk steeds groter wordt op je leven, krijg je last van je ego. Het gevolg is dat mensen zich dan meer of juist minder voelen dan een ander. We meten onszelf steeds weer en steeds meer. We willen groeien, presteren, we willen onszelf bewijzen. Daar ligt onze roem in. We willen of bekend zijn, geliefd en populair zijn, of we willen ons onderscheiden ten opzichte van anderen in ons intellect, of ons uiterlijk, of door de invloed die we op andere mensen hebben, of we willen roemen over onze baan. We willen ergens in roemen. Daar willen we om zo te zeggen, onszelf in redden. Paulus zegt terecht dat als we al die dingen kunnen, of een enkel aspect daarvan beheersen, maar toch zonder liefde zijn, dat we dan niets zijn.
redt uzelf!
Jezus Christus wordt bespottelijk gemaakt, opnieuw in drievoud. Juist door die mensen die ten diepste zichzelf willen redden, die vinden dat ieder zichzelf moet redden. Tot drie keer toe, laat Christus zich bespotten. Ook daarin wordt Hij aan ons gelijk. Wij kunnen onszelf, hoe hard we ook roepen en ons best doen, hoe sterk we ook op grond van onszelf proberen te bepalen wat goed en wat kwaad is, wij kunnen onszelf niet redden. Hij toont daarmee hoe de mens zichzelf niet kan redden. De apostel Paulus noemt Jezus Christus de tweede Adam. De tweede Adam die gekomen is om de eerste Adam, de oude mens, te redden.
Hij redt niet zichzelf, maar Hij redt de mens. De tweede Adam is er omwille van de eerste.
Dat reddende werk van Christus aan het kruis horen we in de stem van die andere misdadiger. Tegenover de spot noemt hij de belijdenis van de schuld. Voor hem ligt de eerste vraag niet in het jezelf redden, maar in de vrees voor God. Vreest zelfs gij God niet? vraagt hij de andere misdadiger. Hij ziet het oordeel vanuit het perspectief van God, ziet ook zijn eigen leven in dat perspectief. Een leven dat links of rechts naast Christus is, maar niet op de plaats van Christus. Je kunt als mens niet iets vinden, je kunt niets in jezelf ontdekken dat alleen in Christus te vinden is. Christus kan wel alles vinden in jouw leven dat ook in Hem is, maar zijn liefde die al ons bidden en besef te bovengaat, kunnen we niet bij onszelf terugvinden.

verloren paradijs – hervonden paradijs
Christus Jezus – zo zegt Paulus het –  is in de wereld gekomen om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben. Ondanks de enorme invloed die de apostel Paulus op vele gemeente uitoefende, is zijn persoon niet afhankelijk van hoe de mensen over hem dachten of oordeelden. Hij wist zich totaal afhankelijk van Jezus Christus. Juist daardoor voelde hij vrijheid. Hij roemde in de Gekruisigde Christus alleen. Door Christus had hij deel aan de liefde, zijn persoon was niet afhankelijk van prestaties of verworvenheden buiten Christus om. Hij beëindigt heel persoonlijk zijn brief aan de Galaten met eigen hand geschreven. dan wijst hij er sterk op dat zijn roem alleen in de Gekruisigde Christus is. Alle persoonlijke beslissingen, hoe mooi of vroom ook, vallen daarbij in het niet. Dan eindigt hij met te zeggen dat het er om gaat dat je deel uit mag maken van een nieuwe schepping. kom ik voor de derde maal tenslotte terug op die legende dat het kruis op Golgotha op het graf van adam zou zijn. En juist dan horen we die veelzeggende vergevende liefde van Christus in de toezegging aan de belijdende misdadiger: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Het verloren paradijs is in Christus kruisiging, voor een ieder die gelooft hervonden paradijs geworden.

terug