De Here Jezus herkennen

De Here Jezus herkennen

De Here Jezus herkennen
hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden
zij verhaalden…hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood (Lucas 24,16.35)

 

schilderij van het Laatste Avondmaal
Juist in de tijd voor Pasen schonk een anonieme verzamelaar het indrukwekkende schilderij van Marlene Dumas aan het Rijksmuseum. Misschien is die schenking wel door Koningin Beatrix gedaan, wie zal het zeggen. Het lijkt me niet ondenkbaar, zij is immers een groot liefhebster van kunst.
Een prachtige aanwinst voor een schitterend museum, dat onlangs in volle glorie is vernieuwd. Een afbeelding van het schilderij heeft in een aantal kranten gestaan.

Jezus
Wat mij daarbij trof is dat kunstcritici het schilderij niet alleen roemen, maar ook vaststelden dat hoewel in een heel eenvoudige lijn weergegeven de Here Jezus direct herkenbaar is. In de loop der eeuwen zijn er zoveel afbeeldingen gemaakt die de Here Jezus beogen aan te duiden, dat er een vast idioom is ontstaan. We herkennen Hem direct, op een schilderij, in een marmeren beeldengroep of in een film. Het schilderij van Marlene Dumas laat ons een soort silhouet zien en bovenin ongeboren mensenkinderen. Dat maakt die gestalte van de Here Jezus heel kwetsbaar en teder. Hoewel totaal alleen ademen de lichte kleuren en die vage ongeboren mensen een sfeer van toekomst.

Emmaüsgangers
Een van de meest ontroerende verkondigingen van Pasen vind ik die van de Emmaüsgangers. De twee mensen die ontredderd en teleurgesteld Jeruzalem de rug toe keren. Dan voegt de Here Jezus zich ongevraagd bij hen. Zij herkennen Hem niet. Dat is treffend. Ook Maria Magdalena herkent de Here Jezus niet na zijn opstanding. Zij houdt Hem voor de tuinman. Als de discipelen op een boot gaan vissen herkennen ze de opgestane Here Jezus pas na het teken van de visvangst. Steeds weer dat niet herkennen en dan uiteindelijk de verrassing van de herkenning later. Maria Magdalena herkent Hem pas wanneer zij heel persoonlijk en direct door Hem wordt aangesproken. De twee Emmaüsgangers herkennen de Here Jezus bij het breken van het brood.
Wij herkennen de Here Jezus in het schilderij van Marlene Dumas direct. Het schilderij heet het Laatste Avondmaal. Die herkenning  van ons en de herkenning door de twee Emmaüsgangers bij het breken van het brood vind ik opvallend en daagt uit tot nadere bezinning.

Avondmaal
Het breken van het brood. Tijdens de seidermaaltijd, waarin Israël gedenkt hoe zij als slaven bevrijd werden uit het angstland Egypte, wordt het ongezuurde brood gebroken. Het is die maaltijd die de Here Jezus gebruikt om teken te zijn van zijn belofte. Brood als lichaam en wijn als bloed. De belofte van zijn leven als teken van zijn Rijk, als teken van zijn toekomst. Hij neemt het brood en breekt het en reikt het aan. Zo hebben de tafelgenoten deel, niet alleen aan de maaltijd, maar ook aan Hem. Het avondmaal herinnert aan zijn sterven, zijn lichaam voor ons. Is niet het brood, dat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam; wij hebben immers deel aan het ene brood. Dat is verkondiging van de apostel Paulus.

Christus alleen
Op het schilderij lijkt de Here Jezus alleen te zijn. Hij is alleen en eigenlijk is zelfs dat teveel gezegd, we zien slechts een silhouet, een vage duiding. Nogmaals het raakt ons en roept iets in de mens die kijkt op. Met dat je kijkt, met dat je Christus herkent is Hij niet langer alleen en eigenlijk jij ook niet. Het schilderij als sprekende kunst toont een gemeenschap tussen de afgebeelde Christusgestalte en jou. Het ene brood; hoe velen ook. Je mag en kan er deel aan hebben. Je bent niet alleen. Zo eenzaam als Christus is in zijn lijden en sterven, zo sticht Hij in zijn opstanding gemeenschap. Het is de Here! roept de discipel na het teken van de visvangst en hij kan het weten, want het Evangelie wordt niet moe uit te leggen, dat de Here Jezus die discipel liefheeft.

gemeenschap en herkenning
De Emmaüsgangers herkennen de Here Jezus in het breken van het brood. Het brood dat wij eten en de beker die wij drinken in de gemeente van Christus. Zo verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij komt. Er wordt een toekomst geopend. De Emmaüsgangers gaan weer opnieuw naar Jeruzalem. Ze reizen die 60 stadiën, dat tienvoud van het getal zes, weer terug. Laat het elf kilometer zijn, het is een menselijk getal en ze reizen het in tienvoud in het donker, maar nu met een blijde gemeenschap achter zich. Vanuit die gemeenschap reizen ze Jeruzalem, de stad van Gods belofte, dwars door het duister tegemoet. Daar wacht hen een nieuwe ontmoeting in de naam van de opgestane Here Jezus Christus.

brandend hart
Hun harten waren brandende. Waardoor was dat heilig vuur aangewakkerd? Door de opening van heel de Bijbel; de Wet van Mozes, de Profeten en de schriften worden genoemd. Heel de Bijbel, wat wij Christenen het Oude Testament noemen, komt tot een spreken. Wie het in geloof hoort, die merkt dat Christus zelf het hart in vuur en vlam heeft gezet. Dat doet Hij nog steeds. Daarom ging Hij alleen de weg die Hem gewezen was, de weg van het Woord van God.
Hoe zouden wij Christus herkennen? Niemand heeft ooit God gezien. Dat wordt dikwijls in de Bijbel genoemd. Maar er zijn ook twee antwoorden op gegeven. Het eerste antwoord wijst op Christus, als aan de boezem van de Vader (Joh 1,18). Het tweede wijst op de gemeente van Christus, als daar liefde wordt gevonden (1 Joh 4,12). Dat geheimenis is groot, als liefde tussen bruid en bruidegom. Daar waar de harten door het Woord van liefde in brand worden gezet, daar blijkt Christus herkenbaar. Steeds opnieuw. Zo verwachten we de vernieuwing, niet alleen van het museum, maar ook van de gemeenschap, waar Christus in het midden is, zoals Hij het heeft toegezegd.

G.J.Krol
 

terug