Voetbal en toeval Voetbal en toeval

VOETBAL en TOEVAL


Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat.


(1 Kor. 9:26)


Oranje


Tuintjes liggen er in druilerige zomerregen vrolijk bij. Oranje is de kleur. Een slaapkamerraam roept met lallende spellingfouten op tot aanval. "We" hopen de match te winnen, want wat zou het jammer zijn als "Ze" bleven verliezen. De grootste grutter en in zijn kielzog vele andere comestibleszaken voeren acties met plakplaatjes, vlaggen, toeters. Er lijkt geen einde aan te komen. Vorige week sprak iemand zelfs over een oranje tsunami. Erg zorgvuldig vond ik die woordkeuze niet, maar ach; ik wil geen spelbreker zijn.

 

Toeval


Wie het ongelukkig treft en de televisie aanzet zal spoedig merken wat de voetbal bewerkt. Het ding lijkt rond en alle kanten uit te kunnen gaan, zonder puntige hoeken, maar ondertussen. De ene belangrijke Nederlander na de andere schuift aan en geeft zijn visie en prognoses ten beste. Er gaat een geweldige hoop geld in om en daarmee is voetbal allang geen gewoon spelletje meer. Wat me opvalt aan al die commentaren is dat het element van het toeval zo weinig ter sprake komt. Toch speelt dat een belangrijke rol. Ik vraag me dan ook af of een eventueel verlies terecht met zoveel kracht verrekend wordt met de trainer van het elftal. De toevallige factoren zijn zo royaal aanwezig dat er minder over te zeggen valt dan dat er in werkelijkheid gebeurt. Kennelijk moet de klank in de kamer blijven en gaan de bespiegelingen voort. Dat maakt voetbal tot een schijnwerkelijkheid.

Atleet en Evangelie


Hoewel sport vaak vanuit de kerken met een zekere achterdocht wordt bekeken - omdat Paulus opmerkt aan zijn leerling Timotheüs, dat de oefening van het lichaam van weinig nut is - zou met evenveel recht kunnen worden gewezen op de beschrijving van sportevenementen door diezelfde apostel Paulus. Hij gebruikt daarvoor meestal het beeld van de hardloper in een stadion. Dat was toen een populaire sport waarbij de toeschouwers zich op de tribunes verzamelden. Ook in dit fragment gaat het om hardlopers en vuistvechters.


Alles doe ik ter wille van het Evangelie, om er zelf ook deel aan te verkrijgen. Het ontvangen van het Evangelie is weliswaar helemaal afhankelijk van Gods genade, toch veronderstelt de apostel hier dat inzet nodig is om ontvankelijk te kunnen zijn. Zoals een topprestatie in sport of muziek nu eenmaal oefening veronderstelt wil er ooit resultaat geboren kunnen worden, zo ook in het geestelijk leven. Ook daar baart de oefening kunst; de kunst van het in genade ontvangen geloof.

Training en toeval


Training is dus nodig. Mensen merken op dat het geloof hen niets meer ‘zegt'. Dat zal waar zijn, de vraag is in hoeverre zij nog bereid zijn om geestelijk te trainen. Durven zij zich nog te oefenen in de grote vragen? Misschien zegt het Evangelie wel niets meer, omdat zij niet meer kunnen of willen horen. De oefening daartoe is hun te vermoeiend. Dat is jammer, want daardoor gaat iets verloren. Door de oefening ontstaat inzicht. Zoals een commentator meer in een voetbalspel ziet dan ik. Hij kent de effecten en technieken, ik niet.


En het toeval? Als dat zo'n belangrijke rol speelt, waarom zou die uitgebreide training nog nodig zijn. Paulus merkt op dat hij niet ongecontroleerd maar wat in de lucht staat te maaien. Er spreekt inzet, zelfbeheersing en zorgvuldigheid uit zijn houding; zijn geloofshouding. Een afwijzing verwacht hij niet, hij loopt als het ware voor een wat hij noemt onvergankelijke erekrans, zoals een hardloper voor een vergankelijke krans loopt.


"Wat de toekomst brenge moge, mij geleidt des Heren hand" zingt Jacqueline van der Waals en velen zongen het haar na. Toeval bestaat niet, of althans, in geloof mag een mens leren zeggen dat het haar of hem zo toevalt. Er is de wil van de Here God, die geeft houvast. Die geeft ook richting. Die rol niet als een bal willekeurig over het veld. Dat geeft ook de zekerheid dat de geloofsoefening niet tevergeefs is, maar in vertrouwen mag worden gedaan.

 

Oranje


De kleur oranje komen we in de Bijbel nergens tegen. Voorlopig kleurt het bij sommigen de straten en tuinen opgewekt. Laten we ons toeleggen op het spelelement en de humor, om er voor waken dat we ons niet laten meesleuren in welk opzicht dan ook. Dan kan de training die er aan het spel vooraf mocht gaan ons herinneren aan de noodzaak om in geloof te worden geoefend, in vertrouwen op Christus, God ter ere. Als voetbal dus nooit Koning Voetbal wordt, kan het weer een spel worden waar velen plezier, ongedwongen plezier aan mogen beleven, zonder dat er miljoenen euro's nodig zijn om orde over de horde te bewaken. Zou dat ooit nog weer terugkomen?


G.J.Krol
 

terug