21 december...... 21 december......

 Blumhardt
Hij had zijn koets zijn hele leven lang
klaar staan met paard en tuig, om als de tijden
vervuld zijn zouden en de grote zang
der engelen zou klinken, uit te rijden
in hoge hoed en zondags-zwarte kleren,
rechtop achter het trappelende paard,
zijn Heiland tegemoet, die weer zou keren
-en nu voorgoed -als Koning op deze aard.

God, wat hebt Gij gedaan met zulk een hart,
dat zoveel heimwee was en grote dromen?
- Het ligt nu stil te wachten in de grond.
En wat doet Gij met ons, die in het zwart
getij U om uw laatste wederkeren
roepen met een vertwijfelende mond?

J.W.  Schulte Nordholt
21 December
21 December 2012, de kortste dag en de langste nacht op het Noordelijk Halfrond. Op grond van een heidense kalender zou het einde van de wereld nabij zijn .
Ik weet het niet; letterlijk. Een paar dingen wil ik met u delen, want ik merk dat sommige mensen er heimelijk of openlijk toch bezorgd over zijn. Dit artikel – het is immers de 20ste – is op “de valreep” nog geschreven. Mij zult u niet aantreffen in de supermarkt om te hamsteren, zoals dat in China momenteel schijnt te gebeuren. In de eerste plaats omdat het traktement nog niet binnen is en ik slechts luttele stuivers van de nullijn ben verwijderd, maar vooral ook omdat ik mij meer oriënteer op de uitspraak van Maimonides (later op naam van Luther gezet) dat als de Messias komt, hij eerst een appelboom nog zou poten. Zo’n uitspraak relativeert en stelt de zaken in het goede perspectief. Het is heel Joods, maar vooral ook heel Bijbels. Gewoon blijven doen wat je hand vindt en je niet gek laten maken. Wees nuchter, opdat ge kunt bidden, zegt Petrus in de eerste brief. Die beide aspecten; zowel de nuchterheid als het gebed. Uit die houding spreekt vertrouwen, geloofsvertrouwen. Kijk, dat mag ook bij u en mij gevonden worden.

eindig
In het ND werd een verslag gedaan, dat de gemiddelde Nederlander niet eeuwig wil blijven leven. Als eeuwig leven betekent dat je gewoon voort blijft leven, dan kan ik het mij voorstellen. Mijn oude moeder verzucht steeds dat een mens wel oud wil worden, maar niet oud wil zijn. Ook Sybille klaagt tegenover de spelende kinderen, als zij als een zielig oud vogeltje is geworden – omdat ze bij vergissing wel de onsterfelijkheid, maar niet de eeuwige jeugd had gevraagd – dat zij verlangt te sterven. Winston Churchill kon het zich ook niet zo goed voorstellen; hij zou de eerste 500 jaar gaan vissen, daarna wist hij het niet meer.
Kortom, het leven is eindig en dat is goed. Deze wereld, binnen deze grenzen en binnen ons voorstellingsvermogen schiet onherroepelijk tekort en is niet eeuwig houdbaar. We kennen slechts 6000 jaar geschiedenis en kunnen verder slechts gissen en zelfs over de historische tijd weten we maar een fractie. Een mens is als een bloem, verzucht het Bijbelse Woord.
Er komt dus ook een einde aan deze wereld. Stel je voor dat het niet zo zou zijn! Zouden dan tot in het eindeloze mensen elkaar moeten blijven haten, vermoorden? Zouden dan steeds weer mensen ontredderd een wanhoopsdaad moeten plegen en hun leven beëindigen, omdat de verachting, de teleurstellingen en pesterijen te groot zijn om te dragen.

zonde
Het is gebrek aan voorstellingsvermogen dat wij er niet aan willen. Niet aan het besef van de eigen eindigheid, niet aan het besef van de eindigheid van de wereld. Dat is zonde. In de eerste plaats omdat we kennelijk binnen onze eigen grenzen willen blijven denken en daarbij ons eigen hachje als hoogste zien. In de tweede plaats is het zonde, omdat we daarmee onszelf iets anders onthouden. We sluiten de ogen voor Gods perspectief.
Telkens roept de Bijbel ons op tot het leren kijken naar het eigen leven vanuit de relatie met de ander. Toen we geboren werden, waren er al anderen. Onze ouders en ook andere mensen die onze wereld bevolkten. Aan hen en in de omgang met hen leer je gaandeweg ontdekken wie je zelf bent en wie je mag worden, zo bloei je op. Achter die anderen gaat echter nog een Ander schuil. Hij verbergt zich en tegelijkertijd laat Hij zich zien en horen. Juist ook door die andere mensen en later ook in een persoonlijke omgang. Het zou niet alleen jammer, maar letterlijk eeuwig zonde zijn, als je voor die werkelijkheid de ogen zou sluiten. In de Bijbel spreekt die Ander, laat Hij zich zien. Tussen de regels en de woorden door laat Hij zich horen. Als de Levende, die kennelijk niets liever wil dan jou ontmoeten en die eigenlijk maar één ding echt verlangt: liefde.

liefde
De angst hoeft niet te regeren in de harten. Draaf niet zinloos hamsterend door de supermarkten van de wereld! Laat de liefde toe; neem de tijd. Als morgen echt het einde komt, vertrouw er dan op dat het einde goed is, dat het van Godswege komt. Kijk, mij zou het verbazen, wanneer een heidense kalender daarbij echt de sleutel van de kennis over het einde van de wereld zou aanreiken. De Here Jezus zegt immers dat het niet onze zaak is de tijden en de gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich heeft gehouden. Let op: de Vader! Geen wrede godheid of onvermijdelijke druk vanuit een kalender, maar de Vader. De Vader staat heel dicht bij je leven. Hij heeft je leven gewild. Dat gooit Hij niet te grabbel. Dat weten we door de liefde van Jezus Christus. Bovendien mogen we horen dat niets, maar dan ook echt niets ons van die liefde kan scheiden. Ook onze eigen onbeholpenheid of wanhoop niet. Denkt u nou echt dat uw schuld bepalender is dan de liefde van God? Dat lijkt me een hoogmoedige gedachte.

geloof
In Advent zingen we graag liederen. Onder andere Gezang 126:


Verwacht de komst des Heren,
o mens, bereid u voor:
reeds breekt in deze wereld
het licht des hemels door.
Nu komt de Vorst op aard,
die God zijn volk zou geven;
ons heil, ons eigen leven
vraagt toegang tot ons hart.

Bereid dan voor zijn voeten
de weg die Hij zal gaan;
wilt gij uw Heer ontmoeten,
zo maak voor Hem ruim baan.
Hij komt, bekeer u nu,
verhoog de dalen, effen
de hoogten die zich heffen
tussen uw Heer en u.

Een hart dat wacht in ootmoed
is lieflijk voor de Heer,
maar op een hart vol hoogmoed
ziet Hij in gramschap neer.
Wie vraagt naar zijn gebod
en bidden blijft en waken,
in hem wil woning maken
het heil, de Zoon van God.


Ik weet ook wel dat we makkelijker iets kunnen zingen dan zeggen, maar laten we dat wat onze mond mag zingen, ook voor het eigen hart zingen. Dan komt er ruimte, ruimte voor geloof, ruimte voor hoop en ruimte voor liefde. Nieuw leven dat om een ommekeer vraagt, maar die ommekeer is in Christus ook gegeven. Hij werd niet voor niets geboren, maar als Broeder in onze nood. Denk aan die 19e Eeuwse dominee Blumhardt. Ook hij spreekt over de toekomst in de beelden van de profetische openbaring, zoals die in de Bijbel wordt gegeven. Ook hij benadrukt dat wij het niet weten. Toch wijst hij bijvoorbeeld op de profetie van Ezechiël dat ons stenen hart zal worden weggenomen en ons een hart van vlees zal worden gegeven. Kijk het gedicht van Schulte Nordholt gaat in op het feit dat deze prediker steeds bereid was om zijn Redder in geloof tegemoet te rijden. Juist zulke getuigenissen zijn er tot troost van ons en onze vertwijfelde harten.

kribbe
Christus in de kribbe. De Hoogste op de laagste plek. Dat blijft altijd weer verwonderen, dat blijft uitdagen. Dat vraagt om geloof. Die verwondering, daar zal sprake van blijven totdat Hij komt! Maranatha. Hij komt weer. Tot die tijd blijven we hopen, geloven en zingen, dat onze kwetsbare levens in zijn hand – hoe dan ook – geborgen zijn. Ik reken er daarom op, in weerwil van welke heidens kalender dan ook, u allen die de moeite nam om dit te lezen te begroeten in de Kerstnacht of op de Kerstmorgen, waar we samen zullen horen dat we mogen juichen, jubelen, de dag mogen prijzen en roemen om wat de Hoogste God, die de Vader blijkt te zijn, heeft gedaan!


Jauchzet, frohlocket, auf, preiset die Tage,
rühmet, was heute der Höchste getan!
Lasset das Zagen, verbannet die Klage,
stimmet voll Jauchzen und Fröhlichkeit an!
Dienet dem Höchsten mit herrlichen Chören,
laßt uns den Namen des Herrschers verehren!


Gezegende Kerstdagen toegewenst.
Gerard J. Krol

terug